Op zaterdag verhalen Ida en ik de Barracuda (onze Bavaria 36) van onze vaste ligplaats naar de binnenhaven bij Eeuwe. Ruimte maken voor de Capella. Het is ons niet gelukt om op tijd de Bavaria te verkopen. Sinds de laatste geïnteresseerden in september vorig jaar geen enkele reactie meer gehad. Balen. Ik overweeg toch een makelaar in de hand te nemen. Misschien wel de makelaar die een week of twee geleden ineens met klanten op de proppen kwam. Het lijkt me een commerciële en pro actieve kerel. Helaas, kijkers maar geen kopers. Om de Capella in de box kwijt te kunnen wil ik de Bavaria naar de makelaar brengen. Ik heb er geen zin dat het lokaal bekend wordt dat we ineens twee schepen hebben. Slecht voor de verkoop. Ik verdiep me in de wereld van de jachtmakelaardij. Ik heb er geen hoge pet van op en dat is vooral gebaseerd op mijn eigen ervaringen. Lekker subjectief, dat wel.
Ik kijk regelmatig bootjes en wordt meestal de steiger opgestuurd met een bos sleutels. Courtage van 5% tot 8% blijkt nog steeds heel gewoon. De crisis heeft daar niet toegeslagen blijkbaar of zijn er prijsafspraken? Ik onderhandel een vaste prijs uit met de makelaar en besluit de Barracuda naar Lemmer te brengen later die week.
Maurits, de zoon van mijn zus, brengt ons even in mijn auto. Eenmaal terug in Harlingen betaal ik bij de havenmeester en hij vraagt mijn gegevens. Ik vraag hem waarom en hij geeft aan dat er iemand staat te trappelen om kennis te maken. Oké, prima. Ik loop naar de Capella en Dick blijkt schade te hebben ontdekt…..
Nee toch! Waarschijnlijk is onze aardige buurman met zijn anker achter onze scepter blijven haken en heeft gas gegeven. Volledig ontzet. Balen want de havenmeester weet van niets en er ligt uiteraard geen briefje.
Op de steiger komt een wat oudere man aangelopen die doet alsof hij mij beter kent dan ik hem. Hij stelt zich voor als Maarten en tevens eigenaar van een zusterschip van de Capella genaamd de „ Zeesnor”. Euforisch als hij is over de Capella weet hij van alles te vertellen over de herkomst, de bouwer en dat er maar een paar van deze schepen ter wereld zijn. Er zijn vier in Nederland, de Capella, de Zeesnor, De Alk (ex. Speedwell) en de Running Tide (ex. By Side). De Witte Raaf (ligt in Suriname) en de overige schijnen in Amerika te liggen.
We raken aan de praat en wisselen gegevens uit. Na een korte blik binnen stapt Maarten van boord. Om drie uur gaat de brug open en hoogwater Harlingen is iets later. We zwaaien en gooien los. De uitlaat klinkt als een achtcilinder en ik neem aan dat het zo hoort. Misschien is het de damwand die bijdraagt aan het gegrom. Achteruit varen met de Capella gaat toch anders dan met de Bavaria. Uiteindelijk krijg ik de kop niet door de wind en besluit gezien de breedte van het kanaal achteruit richting de brug te varen en later met een mooie zwaai te draaien. Ik geef extra gas en de Volvo gromt erover. Ik vind het gek maar ben druk met andere dingen. Het waait stevig en ik heb houden en keren aan de Capella maar het lukt en we liggen weer met de boeg richting de brug. Toch iets chiquer om vooruit de brug door te varen…
Eenmaal door de brug hoor ik ineens een luide piep. Ik kijk om me heen en willen net de havenhoofden verlaten als ik op het dashboard van de Volvo ineens een alarm zie branden. Koelwaterproblemen. Verschrikt kijk ik naar de uitlaat en deze spuugt geen koelwater. @#!% Kak! De afsluiter vergeten omdat ik te druk met praten was en niet met de checklist voor vertrek. Arghhhh!
Snel neemt Dick het roer en ik duik in de boot. Afsluiter open en ik bemerk wat olie onder de motor. Nee toch! Met een sprong ben ik weer buiten. Gelukkig, na veel witte rook spuugt de uitlaat als nooit te voren. De achtcilinder klinkt weer als een viercilinder. Dat was het dus. We draaien een paar rondjes in de haven maar vanwege de olie durf ik het niet aan de Boontjes op te draaien richting Kornwerderzand. Als daar de motor stopt ben ik de sjaak. We melden ons via de marifoon met motorpech en leggen aan voor de sluis. Beetje jammer dat dit aan lager wal is met deze harde wind maar dat zien we later wel. Met de stevige wind hebben we alle fenders nodig om geen schade aan de romp op te lopen. Achter ons meert een Waarschip af en de dame op het voordek probeert met een kleine pikhaak schade te voorkomen. We schieten te hulp en daarna ramt een Bavaria achter het Waarschip vol de kade. Ik ben behoorlijk chagrijnig en steek dit niet onder stoelen of banken. We laten de motor een tijd draaien en constateren dat het met een sisser is afgelopen. Ik probeer Eeuwe nog te bellen om even te klankborden maar hij neemt niet op.
We kijken elkaar aan en besluiten het erop te wagen. Met behulp van een flinke bal achter en een spring maneuvreer ik in alle rust van de steiger. Boegschroef is voor zoetwater schippers grap ik stiekem een beetje trots.
Tegen de wind in varen we zonder problemen naar Kornwerd, het IJsselmeer over naar Heeg. Made it!!!! Voldaan leggen we de Capella in haar box. Klaar voor het volgende avontuur.