Cuxhaven – 3 Mei 2014
De volgende ochtend is het zonnetje net op als we op een vlakke zee de Elbe op varen. We ruimen de fenders en lijnen op en zetten koffie. Binnen een uur trekt de wind aan, pal noord en we hakken verder. Tegen een uur of negen begint het flink te poeieren en trekt Ida wit weg. Slecht nieuws. Zeeziek. We hebben geen pilletjes mee en ik hoop voor haar en ons dat het snel over is. Zo niet wordt het geen slaap de komende 40 uur.
Vlak voor dat we westwaarts gaan hijsen we de zeilen met een dubbel rif in het grootzeil. De wind is vijf tot zes beaufort en de Capella begint te lopen. Heerlijk, motor uit en genieten maar. Ida is in haar kooi gaan liggen naast de kajuitingang. Zo kan ik haar goed in de gaten houden en heeft zij goed contact met buiten en frisse lucht. De deining zet flink door en tilt de Capella hoog op de golven. Het gaat lekker, erg lekker en ze galoppeert er als een raspaard vandoor. Na een uur of drie besluiten we de beide riffen eruit te halen.
De Capella kan blijkbaar veel wind aan en ons vertrouwen in haar groeit.
Het zonnetje schijnt en we klokken regelmatig tegen de acht knopen snelheid.
Nu merk ik de verschillen tussen een modern plat onderwaterschip en de klassieke buikige romp met overhangen van de Capella. Wauw, we genieten alle drie. Ida probeert lekker te slapen en ik merk aan haar dat ook zij geniet ondanks de misselijkheid. Helaas blijven water en rijstewafels niet zitten en vindt Ida haar weg naar kuip en railing. Met de groeten aan Neptunis.
We zitten strak op schema en steken de Alte Wesel en de Jade over. Er liggen grote zeeschepen op de rede ten anker en daar varen we vlak langs. Tjonge, wat zijn we nietig. Trouw zetten we elk uur een positie in de kaart om zeker te zijn dat we niemand hinderen en de TSS haaks oversteken. De laptop draait nog steeds en geeft onze positie weer. De software is duidelijk verouderd want de tonnen kloppen niet met de visuele positiebepaling. Dit geeft maar weer eens aan hoe belangrijk het is je software up to date te hebben. Daar denken we ’s nachts nog eens aan terug…
Over bakboord zien we in de verte de eerste Duitse Waddeneilanden. We tellen ze af, Wangerooge, Spiekeroog, Juist, Nordeney. Dan varen we van de (digitale)kaart. Verder dan hier gaat ie niet en zijn we volledig afhankelijk geworden van de papieren versie. De Capella dendert nog steeds met ruim zes tot zeven knopen richting Nederland. Ida is nog tot niets in staat en kan eigenlijk alleen maar liggen. Dick en ik besluiten wat eten te maken voordat het donker wordt. Daarna zetten we een rif in het zeil voor de nacht en lijnen we ons aan. Ik maak noodels en het is een uitdaging die in een soepkom te laten landen. Het lukt en om de beurt sturen of eten we. Een stuurautomaat is ongekende luxe. Naast elektronische navigatieapparatuur staat ook de stuurautomaat nu met stip hoog genoteerd in ons wensenlijstje.
De avond valt en de wind geeft uitschieters naar zeven tot soms acht Beaufort. De Capella houdt zich kranig en heeft weinig last van de golven. Gezien de verwachting dat de wind ’s avonds zal krimpen en afnemen besluiten we niet te reven en snelheid te houden. De nacht valt en we besluiten elk kwartier een positie in de kaart te zetten in plaats van elk uur. Omdat ik veel tijd en energie in de tochtvoorbereiding heb gestoken en me dit goed afgaat wisselen we om het uur met sturen en onderbreek ik telkens om een positie in de kaart te zetten.